Waarom heet de koekoeksbloem koekoeksbloem?

Na de uitzending stuurde Jenny Paulus ons een mail met informatie over de koekoeksbloem. Ze had net het boek Lente van Jac.P.Thijsse aangeschaft, waar de informatie in te vinden is.

De koekoeksbloem heet koekoeksbloem, omdat het een favoriete plant van de koekkoek is. Hij is er daarom dan ook vaak te vinden. Zo simpel is het.
Meer informatie over de koekoek en andere interessante onderwerpen lees je ook in het boek!

Kasteel Huis Bergh

Het eerste deel van het huidige kasteel is rond 1300 gebouwd. De heren Van de Bergh woonde er. Vervolgens werd het steeds verder uitgebreid, want het kasteel is in verschillende fases opgebouwd.
In de Tachtigjarige Oorlog is Huis Bergh ernstig verwoest. Omstreeks 1600 begon het herstel van het kasteel. Nadat het in de 18e en 20ste eeuw ook nog eens volledig uitgebrand is, kun je het nu zien hoe het daarna is opgebouwd met behulp van de plaatselijke bevolking.

In 1941 was de wederopbouw voltooid. Het was toen eigendom van de heer J.H. van Heek. Deze industrieel uit Enschede droeg het kasteel met bijbehorende eigendommen in 1946 over aan de Stichting Huis Bergh. Er was onder andere een wagenremise, smederij, waskeuken, brouwerij, graanbergplaatsen en paardenstal.

Motte

De motte komt uit de 11e eeuw. Het is een aangelegde heuvel van aarde. Kunstmatig dus. Hierop werd een mottekasteel gebouwd. Omdat het kasteel nu hoog lag, was het overzichtelijk en veilig. Het vroeg middeleeuws burchttype is meestal van hout gemaakt. Omdat het kasteel van hout is gemaakt en de heuvel van aarde, was het een goedkope oplossing voor goede bescherming. Het mottekasteel had verschillende functies. Zo was er de aanvalsmottes, verdedigingsmottes en er zijn mottekastelen met een residentiële functie.
Meestal bestond het torenvormige kasteel uit twee gedeelten. Zo was er de hoofdburcht en een voorburcht. De motte werd in de meeste gevallen beschermd met een houten hek. In sommige uitzonderingen was dit een stenen omheiningsmuur. De heuvels verschilden van grote. Sommige hadden een doorsnee van twintig meter, sommige een van wel honderd meter. Ze waren vier tot twintig meter hoog.

Proosten met Nederlandse wijn

Als je aan een wijngaard denkt, zie je natuurlijk direct de velden in Frankrijk en Italië voor je, vol met druiven. Toch kun je voor een goede wijn ook in Nederland terecht, er zijn zelfs zo’n 200 wijngaarden. De kwaliteit van de wijn stijgt nog steeds en het is voor vele wijnproducenten toch wel de bedoeling om de Europese markt te ‘veroveren’. Steeds meer producenten stappen over op biologische wijnbouw.
Vroeger was het heel normaal dat er in Nederland wijngaarden waren. Deze zijn helaas verloren gegaan door druifluis en invloeden van politieke aard. Voor de druifluizen zijn inmiddels resistente rassen ontstaan.
Tegenwoordig heeft Nederland weer een aantal heerlijke wijnen en een hoop prijzen voor de wijnen op haar naam staan.

Winning op Montferland

Jaarlijks wordt in Montferland ongeveer 3 miljoen m3 water gewonnen. Maar waar komt al dat water eigenlijk vandaan? Montferland kent een aantal natuurlijke waterbronnen, namelijk Peeske, Stokkum en Kilder. En zolang er duurzaam water wordt gewonnen, raakt het nooit op.
De winning op Montferland is een typische stuwwal winning, dat wil zeggen zuurstofrijk jong en zacht water. De waterwinning vindt plaats midden op de stuwwal, aan het begin van het watersysteem. Door de diepe natuurlijke grondwaterstanden heeft de waterwinning weinig tot geen effect op het milieu.
De stuwwal Montferland maakt deel uit van een veel groter stuwwalcomplex dat via Kleve is verbonden met de stuwwallen in Nijmegen, de Rijn heeft na de IJstijden simpelweg grote delen weggeërodeerd. Het is een bijzonder landschap in het verder toch vlakke Achterhoek.

Van Watermolen naar restaurant

Wat nu een restaurant is, was vroeger een watermolen. Er werd graan gemalen, maar het waterrad is inmiddels verdwenen. De hooggelegen vijver, deed hierbij dienst als waterbuffer. Wanneer de molenaar wilde malen, liet hij het water van deze vijver langs het rad naar beneden lopen, waardoor de molen ging draaien. In een paar uur was deze plas weer leeg en stond de molen dus weer stil. De molenaar moest dan wachten totdat het water in de hooggelegen vijver weer aangevuld was. Dit gebeurde langzaam door het water van de bron, gelegen aan de andere kant van de vijver. Nog steeds zorgt deze bron voor aanvoer van water, maar de molenaar moest al snel een ander vak kiezen.
‘t Peeske is daarna nog korte tijd een badhuis geweest, want al in vroegere tijden gingen de rijke mensen in het mooie Montferland op vakantie en kwamen dan een bad nemen. Omdat het bronwater hier slechts 6 graden is, kwam hier ook vlug een eind aan. Vanaf 1910 is het een café-restaurant en zo te zien is dit wel een schot in de roos.
Het is misschien wel een vreemde naam: restaurant ‘t Peeske. De naam is afgeleid van het Latijnse woord ‘pascuum’ dat vruchtbaar land of waterrijke weidegronden betekent.

Waterleidingmuseum Utrecht

Midden in Utrecht staat een monumentale watertoren met daarin het Nederlands Waterleidingmuseum. Een uniek museum zowel voor Nederland als de gehele wereld. Het is een van de weinige musea die het onderwerp drinkwatervoorziening zo uitgebreid en aan de hand van het verleden, het heden en de toekomst behandelt.

Collectie

De watertoren is de oudste van de Domstad (gebouwd in 1896) en een van de mooiste in Nederland. De toren heeft een capaciteit van 1,5 miljoen liter water maar speelt sinds april 2010 geen rol meer in de drinkwatervoorziening van Utrecht. Wel biedt de 40 meter hoge toren nog altijd een fraai uitzicht over de stad en wijde omgeving.

Het museum bevat een historische collectie die het voormalige Waterleidingbedrijf Midden-Nederland ooit aan het museum schonk. Deze collectie is in de loop der jaren aangevuld met schenkingen van zowel particulieren als bedrijven. Behalve een groot aantal aan water gerelateerde objecten, is er een archief, een bibliotheek en een audiovisuele verzameling. Daarnaast zijn er diverse oude voertuigen te bewonderen. Meer informatie over het museum op www.waterleidingmuseum.nl.

De toren

In 1881 was de oprichting van de Utrechtsche Waterleidingmaatschappij (UWM). Water werd eerst nog via het oude pompstation op de Soesterheide (nu Soestduinen geheten) naar een op een heuvel gelegen reservoir gepompt zodat het daarna onder natuurlijk verval richting Utrecht kon stromen.
Toen het aantal aansluitingen steeg, bleek de waterdruk niet groot genoeg meer en besloot men tot de bouw van een toren. De eerste herrees in 1896, in de achtertuin van de heer P. Rijk, de toenmalige UWM-directeur. De bouw kostte in totaal 46.800 gulden.
De grond waarop deze binnenstadstoren is gebouwd, kent een rijk verleden. Na de afbraak van het Predikherenklooster rond 1600, lag het enige jaren braak. Daarna kwamen er huizen waarin onder andere de troepen van napoleon onderdak vonden. Toen het gebied eind 1800 verpauperde, kocht de waterleverancier het aan en bouwde er de toren. Het honderdjarig jubileum van de waterleiding in Utrecht in 1983 was aanleiding voor de totstandkoming van het museum.

Kasteel Sterkenburg

Het 13e eeuwse Kasteel Sterkenburg ligt in een historisch en ecologisch belangrijk gebied waar twee landschappen samen komen. Als één van de oudste kastelen in dit gebied heeft het eeuwenlang een

sleutelrol vervuld. Bezoek behalve het kasteel onder meer het koetshuis, de tuinmanswoning, een deel van de moestuinmuren, park en tuinen. Ook de (bewoonde) Oranjerie, de berceau en de negentiende-eeuwse duiven toren zijn gezichtsbepalende onderdelen van het historische landgoed Sterkenburg.

http://www.kasteelsterkenburg.nl/

Honderd jaar Burgers Zoo

Het is nu nog leuker om naar Burgers’ Zoo te gaan. Je komt namelijk veel jong leven tegen in het park. Zo zijn de twee jonge wrattenzwijntjes regelmatig buiten te zien in gezelschap van vader en

moeder. In de Rimba ontdek je een jonge siamang en een jonge goudwanggibbon en in de Desert tref je enkele jonge dikhoornschapen aan. Je kunt elke dag van het jaar in Burgers’ Zoo terecht, dus ook

alle feestdagen! Meer info: www.burgerszoo.nl.

Land van Jan Klaassen

Het Land van Jan Klaassen is het grootste pretpark van de Achterhoek en biedt zowel buiten als binnen veel vertier voor de kinderen. Er is een grote indoorspeeltuin van 2.000 m² en in de buitenspeeltuin

van 30.000 m² schildert Wallie Schilderkwast het speelmateriaal, zodat het park er weer fleurig en kleurig uit ziet. Buiten gaat de kaboutertrein, dus je moet er geweest zijn! Ga voor meer informatie naar

www.janklaassen.nl

Museumboerderij

Weet jij hoe een eenvoudig arbeidersgezin rond 1875-1900 woonde en leefde? Nee? Ga dan snel kijken in de Gildekaot. Hier huisde een groot gezin. Het Gildekaot museum is een kaatstede of daglonershuisje van het Berghse bosrandtype. In het museum beleef je hoe de vroegere bewoners hun druk bestaan als knecht, bosarbeider, in de steenfabriek en ook nog hun eigen bedrijfje nog geheel handmatig moesten runnen.

De Gildekaot is open van half april t/m begin oktober op zondag van 13.00-17.00 uur. Meer informatie vvv montferland of kijk op de site.

Bezoek een wijngaard

Bij wijngaarden denk je aan Frankrijk. Maar Montferland heeft er ook genoeg! Huub en Ans Baars, van Avitera wijngoed, telen hier hun druiven op natuurvriendelijke wijze. Bekroond met een bronzen medaille is er duidelijk sprake van hoge kwaliteit en vakmanschap, want er zijn al acht wijnen gemaakt in de professionele wijnkelder van Avitera wijngoed. Je bent van harte welkom, de wijnwinkel is elke vrijdag van 13.00-17.00 uur en op zaterdag geopend.

Botenverhuur De Rijnstroom

Kanoën bij de Rijnstroom betekent vooral een actief uitje. Huur een kano of roeiboot en maak een tochtje door het schitterende natuurgebied Amelisweerd. Vaar richting Landgoed Beerschoten of ga lekker ronddobberen in de Utrechtse grachten. Het is allemaal mogelijk want ze stellen een programma op maat samen voor iedere groep, waarbij een hapje en een drankje natuurlijk niet mogen ontbreken.

Botenverhuur De Rijnstroom is alleen op afspraak geopend! Kijk voor alle informatie op de site: http://www.rijnstroom.nl/

De smaak van water

De smaak van water hangt af van twee factoren: de plaats waar het water gewonnen is en de behandeling die het water ondergaan heeft. De hoeveelheid mineralen in water bepaalt uiteindelijk de smaak. Water met een laag mineraalgehalte smaakt over het algemeen zacht. Sulfaat en magnesium maken het water wat bitter en mineraalachtig, natrium en chloride (NaCl) geven het water een ziltige smaak en calciumhoudend water smaakt hard. Kraanwater in Nederland kan behoorlijk in smaak verschillen. Het water in Rotterdam smaakt heel anders dan bijvoorbeeld in Maastricht.

Water in Vietnam

In Nederland is het vanzelfsprekend dat je drinkwater hebt. Dit is helaas niet overal het geval. Er zijn nog altijd meer dan een miljard mensen op aarde die geen toegang hebben tot schoon drinkwater. Vitens zorgt daarom samen met de overheid voor water in Vietnam, om de watervoorziening voor acht miljoen inwoners structureel te verbeteren. Door de vietnamoorlog is de infrastructuur namelijk ernstig beschadigd.

Water in Malawi

Op 1 november 2009 startte Vitens-Evides International (een samenwerkingsverband tussen de twee grootste drinkwatermaatschappijen van Nederland) een nieuw project in Malawi, een relatief klein land in het zuidoosten van Afrika. Na Mozambique is Malawi de tweede ‘stepping stone’ van waaruit buurland Zambia en uiteindelijk Zuid-Afrika te benaderen zijn. Vitens werkt daarbij vooral via contacten bij de ambassades maar benut ook contacten bij bijvoorbeeld lokale Ministeries van Water en Ontwikkeling.

De verwachting is dat de activiteiten in de toekomst zeker de aandacht gaan trekken in de omringende landen.

Arm

Malawi behoort tot de armste landen van de wereld en is erg agrarisch georiënteerd. Het zou de landbouwschuur van Afrika kunnen zijn vanwege de redelijke balans tussen natte en droge periodes, de goede grond, de vele rivieren en de hardwerkende bevolking maar de ondernemersgeest ontbreekt. De bevolking is erg bescheiden en staat bekend als ‘the most friendly people of Africa’. Dat klinkt positief maar is gelijktijdig de grootste valkuil wanneer het om ondernemen gaat. Economische ontwikkelingen in dit Engelstalige land zijn vooralsnog afhankelijk van buitenlandse kennis en fondsen.

Uitbreiding van capaciteit

Vitens-Evides International koos voor Malawi omdat het land onderdeel uitmaakt van het waterprogramma van de Wereldbank. Samen met diverse andere instanties werden plannen ontwikkeld die zich vooral toespitsen op de twee grote steden Lilongwe, de hoofdstad, en Blantyre.

De hoofdstad telt 750.000 inwoners. Dat komt neer op een jaarlijkse waterproductie van 25 miljoen m3 en 29.000 aansluitingen. Blantyre heeft 800.000 inwoners, 29 miljoen m3 en 32.000 aansluitingen. In vergelijking: een Nederlandse stad met 750.000 inwoners telt circa 425.000 aansluitingen. Een enorm verschil dat vooral zit in het feit dat een aansluiting in Nederland verplicht is terwijl dat in een land als Malawi enkel en alleen afhangt van de vraag of je die aansluiting kunt betalen.

Primair doel van de werkzaamheden in de twee steden is de uitbreiding van de capaciteit. De inwoners zijn momenteel nog teveel afhankelijk van waterkiosken. Omdat leveranciers het water chloren, valt de beoordeling redelijk gunstig uit maar afgezet tegen het gemiddelde inkomen, vaak nog geen twee dollar per dag, is dit water wel erg kostbaar.

Mentaliteitsverandering

Behalve aan aandacht voor water probeert Vitens-Evides International ook te werken aan een mentaliteitsverandering. Aandachtspunt is de plaatselijke medewerkers productiever te krijgen want er ligt veel werk terwijl er voldoende mensen voor zijn. Tijdens het hele proces is er aandacht voor energieverbruik, onderhoudsprogramma’s en HIV- en aids-programma’s.